Archief foto, boerin 1938
De boerin anno nu is nog steeds de vrouw die net als vroeger zonder klagen haar handen uit de mouwen steekt, maar tegenwoordig staat niet elke boerin meer naast haar man in de stallen of regelt alleen het huishouden. De boerin is een alleskunner, die het bijhouden van het huishouden combineert met het verzorgen van haar gezin, het regelen op het boerenbedrijf van haar partner en steeds vaker begint de boerin ook nog buitenhuis te treden met een andere baan erbij. Een druk bestaan, de boerin is in deze tijd goed geschoold en weet waar ze het over heeft en durft dat dan ook uit te spreken.
Door: Bregje Bouma
Als we meer dan een halve eeuw terug gaan in de tijd toen was de rolverdeling tussen boer en boerin nog heel duidelijk. De boer, het hoofd van het bedrijf, stond ‘achter’ in het land te werken en deed voornamelijk het fysieke werk. De boerin, stond ‘voor’ in het huis en hield het draaiende voor haar man en gezin en de eventuele arbeidsknechten. Ze had volledig haar eigen takenpakket en dat lag heel anders dan dat van de boer. Verzorging van de moestuin en de dieren in de stallen lag vaak ook bij haar.
De boerendochters uit het gezin werden dan ook vooral thuis gehouden en gingen niet mee het land op met hun vader. Een verdere studie of opleiding konden ze vergeten. De algemeen heersende gedachte was namelijk dat meisjes niet zo’n goede opleiding nodig hadden, omdat ze zouden gaan trouwen en uiteindelijk toch weer voor hun eigen gezin zorgen.
Minder vrouwelijke bedrijfshoofden
Bij het type boerenbedrijf dat in Nederland het meest dominant is, vormen man en vrouw samen de belangrijkste kern. Op de meeste boerenbedrijven in Nederland is een boerin aanwezig en heeft zij dan ook een belangrijke rol op het boerenbedrijf. Hiernaast zijn er ook nog boeren die een boerderij alleen runnen en een heel klein deel boerinnen het zelf runnen.
Dit komt doordat vroeger er van uitgegaan werd dat een zoon het bedrijf van zijn vader overneemt, naar de dochter werd verder niet gekeken. Vrouwen hadden andere interesses en de boerderij runnen was voor een vrouw te zwaar, waardoor dat niet snel van vader op dochter werd doorgegeven.
De boerin tegenwoordig is niet altijd meer iemand met een boerenachtergrond, vaak komt ze ook uit de stad met een totaal andere achtergrond. Het is dan moeilijk om jezelf de titel boerin te geven. Een mannelijke opvolger is normaler en vaker vanzelfsprekend. Dat betekent ook dat de toegang tot de boerderij, de benodigde kennis en ervaring en technologie en relevante netwerken, een historisch voorrecht van mannen is. Dit maakt het voor vrouwen lastiger om bedrijfshoofd te worden op een boerderij. De meeste vrouwen worden dan ook nog steeds boerin in plaats van boer. Dat wil zeggen dat ze trouwen met een man die boer van beroep is en zo zelf geen bedrijfshoofd zijn.
Boerinnen hebben vaker een bijbaan naast het boerenbedrijf dan de boer.
Opleiding
In 1913 komt er toch een officiële landbouwhuishoudschool, waardoor de jonge plattelandsvrouwen langzamerhand een meer gelijkwaardige partner werden voor haar toekomstige man. Hierbij was nog wel discussie over of dit wel verstandig was om meisjes zo goed op te leiden vergeleken met jongens. De jongens hadden de meeste werkzaamheden in het bedrijf en zou er op deze manier geen scheefgroei ontstaan.
Rond 1930 ontstond de bond van boerinnen en andere plattelandsvrouwen, een organisatie met hart voor de leefomgeving. Met deze bond werd het mogelijk voor de vrouwen om zich creatief te ontplooien en aan hun persoonlijke ontwikkeling te werken. Ze kregen hierdoor een krachtigere stem. Steeds vaker gingen meisjes naar de landbouwhuishoudschool. Hiermee werd het platteland meer voorzien van kennis en konden meisjes meteen een stuk opvoeding meekrijgen.
De inmiddels overleden boerin Corrie Vogelaar, streed voor haar rechten als boerin. Geboren in 1929 in het Zeeuwse Bruinisse. Het was een meisje dat makkelijk kon leren en waarvan de docent het zonde zou vinden als ze niet verder zou leren. In haar laatste interview vertelde ze: ‘De dorpsonderwijzer klopte daarom aan bij mijn ouders en zei dat ik na de lagere school naar de hbs zou moeten gaan. ‘Wat krijgen we nu?’ riep mijn vader nijdig: ‘Corrie, die moet leren kroten koken en luren wassen. Als het nu een jongen was.’
‘Die mannen willen wel dat hun vrouw d’r handen gebruikt en eventueel ook nog haar hersens, maar meebeslissen… vergeet het maar’, zei ik strijdvaardig.’
Tot 1956 moesten getrouwde vrouwen altijd aan hun man geld en toestemming vragen als ze bijvoorbeeld kleding of apparaten wilden kopen. Ze konden zelf geen verzekeringen afsluiten of geld van de bank halen. Vrouwen waren ‘handelingsonbekwaam’. In 1956 kwam de wetswijziging en de vrouw werd hierna steeds meer als zelfstandig persoon gezien, doordat ze nu zelf de financiën kon bijhouden. Dit werd ook op de meeste boerenbedrijven een taak die de boerin op zich nam.
“Corrie moet leren kroten koken en kleren wassen”
De meeste boerinnen zijn tegenwoordig wel hoog opgeleid en hebben naast de boerderij ook andere interesses. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat minstens 22 procent van de vrouwelijke bedrijfshoofden in 2016 een hogere beroepsopleiding of universitaire studie heeft afgerond. Bij mannen is dit 12 procent, maar mannen volgen wel vaker een agrarische opleiding dan vrouwen. Rona Uitentuis runt samen een familiebedrijf met haar ouders en broer: ‘Ik stapte wel pas later in het boerenbedrijf, ik heb eerst politicologie gestudeerd, iets totaal anders. Van mijn studie maak ik wel nog steeds gebruik, omdat ik naast het boerenbedrijf ook een bestuursfunctie heb bij LTO. Ik wil graag spreken voor de mensen in de agrarische sector, die er zelf geen tijd voor hebben. Boeren worden vaak onterecht als boosdoener gezien, omdat ze commentaar hebben op de opgelegde regels en verliezen hierdoor plezier in het werk. Ik bemoei me dan met die regels, zodat mijn collega’s zich op hun werk kunnen blijven richten. Ik bied het politieke geluid voor mijn collega’s en probeer zo het een en ander te veranderen.
“Boerinnen hebben vaker een bijbaan”
Vrouwen hebben vaak een andere opleiding gedaan voordat ze het boerenbedrijf instapten.
Hierdoor kiezen zij ervoor niet als bedrijfshoofd aan de slag te gaan en laten dit aan de man over, zodat zij hun eigen werk kunnen blijven uitvoeren.
Taakverdeling
Op de boerderij moet gewerkt worden als een team, de boer kan meestal wel fysiek zwaarder werk verrichten dan de boerin. Daarom moeten zij elkaar daarom continu blijven aanvullen en taken verrichten waar ze beide het beste in zijn. Gerda Briene runt samen met haar man een pluimveehouderij: ‘Ik vind werken op de trekker echt niet leuk om te doen, dat voelt bijna als een straf en dat weet mijn man ook. Daarom hebben wij een goede taakverdeling, zodat we beide kunnen doen wat we leuk vinden. Ik ben verantwoordelijk voor het huishouden en het gezin, maar ik heb daarnaast ook taken op de boerderij bij de dieren en houd de boekhouding bij. Als ik taken er bij pak, betekent dat er ook taken af moeten. Je moet blijven communiceren met elkaar. Het gaat er allemaal uiteindelijk om dat wij als team Briene optimaal functioneren op de boerderij en dat lukt als iedereen doet waar hij goed in is en er plezier in heeft.’
“Hij beslist zeker niet alleen, dit doen wij samen”
Wat niet veranderd is met vroeger is dat de boer nog steeds het eerste aanspreekpunt op de boerderij blijft en meestal standaard is aangewezen als bedrijfshoofd, omdat hij het bedrijf heeft overgenomen. Het lijkt vaak alsof de boer alle beslissingen zelf neemt, als het om belangrijke zaken gaat. “Dit komt doordat de boer meestal de woordvoerder is als een erfbetreder komt om zaken te doen. Maar hij beslist zeker niet alleen, beslissingen nemen doen wij samen”, zegt Briene.
Doordat boer en boerin zowel met elkaar werken als een relatie hebben, kan dit nog behoorlijk lastig zijn om deze taakverdeling in goede banen te leiden. Liza Simons, agrarisch coach, helpt partners met het geven van advies. “Er spelen namelijk veel relatieproblemen tussen man en vrouw, doordat het moeilijk is om hun werkrelatie te onderscheiden van hun privérelatie. Je komt thuis van het werk, maar je komt wel weer dezelfde persoon tegen die je op het bedrijf ook steeds tegen komt.”
Vergeleken vroeger is er ook door modernisering veel veranderd op de boerderij. Uitentuis vindt dat je tegenwoordig net zo makkelijk als vrouw een boer kunt zijn: “Het is niet meer zoals vroeger gekoppeld aan fysieke kracht. Je hebt veel mechanische ondersteuning en kunt meer op afstand regisseren. Je bent nu veel meer een manager geworden, door alle moderne technieken en automatisering. Het is natuurlijk nog wel belangrijk dat je vaak op de boerderij bent, maar je bent niet meer zo onmisbaar als vroeger.
“Mijn broer verricht geen zwaarderetaken dan ik ”
Trotse boerin
Briene vindt dat de boerin in het algemeen nog te vaak onderschat wordt. Het zichtbare werk wordt vaak door de boer gedaan en de boerin doet alles daaromheen. “Het duurde lang bij mij voordat ik mezelf echt een boerin durfde te noemen, omdat ik een startende boerin was en om me heen er boerinnen waren die al langer op een boerenbedrijf werkte. Toch kwam bij mij het besef op gegeven moment van: ja ik ben wel een boerin en ik mag daar trots op zijn. Dit wilde ik dan ook graag uitspreken via de dag van de boerin op 9 september. Over het algemeen werkt de boerin keihard en balanceert het werk voor en achter. Dat was bij mijn opa en oma nog anders. Opa was altijd bezig achter bij de stallen of op het land, al wist ik niet wat hij deed. Ik moest namelijk altijd bij oma binnen blijven. Dat was een traditionele strakke scheiding.”
Simons schreef een ode aan de boerin, omdat ze zelf bezig was met een haar eigen zoektocht naar wat voor bijdrage ze wilde leveren op de boerderij. “Ik ben zelf niet opgegroeid in een boerenfamilie, maar in de stad en heb opleidingskunde gestudeerd, Mijn schoonouders werken dag en nacht op de boerderij en mijn man doet dat ook. Ik moest uitzoeken of ik dat ook wilde. De ode aan de boerin gaat over dat het niet uitmaakt hoe je je functie als boerin invult, maar dat je wel trots mag zijn op wat je doet. Het maakt niet uit hoe je het doet, het is altijd goed op je eigen manier. Ik werk zelf niet mee in het bedrijf zelf, maar ik ben wel een partner van een boer en dus een boerin.”
“De boerin die buiten huis werkt lijkt de toekomst”
Boerin van nu
Veel partners van boeren hebben tegenwoordig weinig taken op de boerderij, doordat ze een eigen baan hebben buiten het bedrijf om. “Toch pas je je wel continu aan op het bedrijf. Het bedrijf gaat voor de relatie en het gezin. Je krijgt heel veel van het wonen op een boerenbedrijf, maar je levert ook heel veel in: leefritme, wonen op een andere plek, leven met je schoonouders, kinderen betekent veel binnenhuis zijn en je levert je carrière soms gedeeltelijk in. Vrouwen willen toch een stukje voor zichzelf behouwen. Je trouwt niet alleen met een boer, maar ook met het bedrijf, zijn familie en de hele omgeving”, legt Simons uit.
“Je past je continu aan op het bedrijf ”
Boerinnen richtten zich vroeger meer op alleen het huishouden, het moeder zijn en hadden wat taken op de boerderij. De boerinnen van nu willen meer en zijn ambitieuzer: een goede moeder, partner en hun man helpen met het regelen van zaken op het boerenbedrijf zijn. Hiernaast willen ze vaak ook nog een opleiding doen of zich ergens in specialiseren.
De boerin die buiten huis werkt, dat lijkt de toekomst te zijn. De kennis en expertise die ze in het andere werk opdoet, neemt ze wel weer mee terug naar de boerderij. Dat bevordert de werkzaamheden op de boerderij ook. De opgelegde regels voor boeren zorgen ook voor steeds meer papierwerk en computerwerk. De boerin van nu ruimt eigenlijk net zo veel papierwerk als mest op.